Gezant

Bij het opruimen van de kast vond ik een bundel essays over het ministerie van Buitenlandse Zaken in oorlogstijd. Veel indruk maakte op mij het verhaal dat de Duitse gezant door emotie overmand werd toen hij de oorlogsverklaring op 10 mei 1940 aan de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken kwam afleveren. Hij hield van Nederland. Met de snikkende man was geen gesprek mogelijk. De minister gaf hem zijn reactie maar mee op een briefje.

Het verhaal geeft een inkijkje in het werk van twee mensen in een afschuwelijke tijd en laat zien hoe genuanceerd de werkelijkheid is. De essaybundel stond vol met dit soort werkverhalen, waarin slimmeriken, gevoeligen, stijveriken en heldhaftigen figureren. Ze leveren een oorlogsverklaring af, redden archieven, verbranden dossiers, brengen de Koningin naar Zeeland, vertrekken, blijven, worden weggestuurd. Ga er maar aan staan. 

Hoe te weten wat te doen?

Ons land is godzijdank nu niet aangevallen door een kwaadwillend leger. Wel leven we in een situatie waarin zekerheden plotseling zijn weggeslagen door een virus dat van buitenaf kwam. Makkelijk is het niet om dan je werk te doen. Hoe moet je weten wat je te doen staat? Hoe kun je je werk vanuit thuis het beste doen? Heeft het werk nog wel zin zo? Hoe doe je digitale vergaderingen, hoe werk je samen op afstand, wanneer en hoe ontmoet je elkaar weer? Ik hoorde in de loop van april een luide roep om duidelijke regels en realiseerde me dat ik meer behoefte had aan kennis. Ik zie met het vieren van de teugels de argwaan tegen de regels toenemen. Ik val stil als mensen ‘honderd procent zeker’ weten dat het virus een georganiseerde aanval is op onze grondrechten en eisen dat alle maatregelen per direct worden teruggeschroefd. Ik leef mee met naarstig zoekende wetenschappers die tot allesweter zijn gebombardeerd. 

Golven van het gemoed

 

Vanaf het begin maak ik wekelijks mijn emotionele balans op – zie het als een studie van een menselijk gemoed. In week drie, vier en vijf staken onzekerheid en verdriet de kop op; in week zes, zeven en acht respectievelijk een doorbraak, inzicht en eerlijkheid.

En daarna weer bezorgdheid over de ongelijkheid in de wereld, verontwaardiging over hoge functionarissen die zelf niet doen wat ze van anderen vragen, berusting over het besluit deze zomer niet op vakantie te gaan. 

De golven van het gemoed gaan altijd door, als eb en vloed. In mijn thuiskantoor merk ik ze scherper, eerlijker op dan in een ‘echt’ kantoor. Iets soortgelijks hoor ik ook van collega’s. In een professionele omgeving worden gedachtenspinsels en emoties sneller buiten de deur gezet. Dat heeft iets prettigs maar ook iets gevaarlijks. Want geblokkeerde emoties en gedachten leiden tot irritatie, moeheid, uitputting en uiteindelijk tot ziekte. Ook als dit allemaal onbewust gebeurt. 

 

Ik denk aan de Duitse gezant die niet de positie had om de oorlog tegen te houden maar – misschien ondanks zichzelf – liet zien dat hij van Nederland hield. Beter zo, dan hard en kil, denk ik dan.

Zie hem. Een brave ambtenaar én een mens met een hart. Zijn werkgever kon die complexiteit niet aan en haalde hem dezelfde maand nog van zijn functie.  

Ogenschijnlijke tegenstrijdigheden verbinden

Dankzij de relatieve isolatie van de coronatijd besef ik meer dan ooit dat een organisatie die ruimte biedt aan alle mogelijkheden van de menselijke psyche – zoals zakelijkheid en gevoel, zorgvuldigheid en creativiteit, daadkracht en reflectie – de voorwaarden schept voor veerkracht en de best denkbare kwaliteit van werk. Laten we trachten al die schakeringen, die tegenstrijdig lijken maar elkaar vooral nodig hebben, met elkaar te verbinden. Juist in deze tijd.

Mijn verbeelding werd aangezet door het verhaal over de Duitse gezant, wat leidde tot het gedicht “Gezant” voorgelezen door de Nederlandse ambassadeur in Kazachstan, André Carstens, in aflevering 15 van Poëzien.