Hoogmoed en kwetsbaarheid

Hoed je voor hoogmoedige leiders. Het gemak waarmee zij denken het altijd bij het rechte eind te hebben, twee bedrijven wel eventjes te fuseren of een concurrent van de markt te blazen mondt gemakkelijk uit in ellende voor een hoop mensen. Mythen waarschuwen ons terecht: hoogmoed komt voor de val.

Toch bestaat er ook een mooie, milde vorm van hoogmoed. Noem het onbevangenheid, durf, lef, initiatief, of ergens voor gáán terwijl je nog niet zeker weet of je het wel kunt. Je bent optimistisch, positief, toekomstgericht, moedig, opgewekt, dapper, gepassioneerd. Je hebt het gevoel de wereld aan te kunnen. Dat varkentje zal jij wel even wassen.

Maar als de nacht valt neemt het innerlijk het over en kan een mens zich opeens heel kwetsbaar voelen.

Over dat gevoel gaat mijn gedicht Trekkers.

Merle van der Voorde las het voor.

Trekkers

Wel, strooi de bloemetjes maar uit,
laat knikkers rollen van de bunkerwal,
de pannendeksels oorverdovend klateren.
Haal alle paarden met uw blote handen uit de stal.

Wij zijn de trekkers van het toekomstkamp.
Ons lied vangt telkenmale echo’s op
van zeker weten, uit een diepe laag.
Wij brengen hier een ontzagwekkend sterk verhaal. 

Maar ‘s avonds als het kampvuur dooft,
de laatste stem verzinkt in fluister,
de keukendeur op slot gedraaid,

dan sluit der trekkers levensdrift
een vederlicht verbond met onversneden zielepijn.
En niemand weet op dat moment
waar morgenvroeg het deksel zal gebleven zijn.

Logo

Tijdens een lange boswandeling dit voorjaar besloot ik het aanscherpen van de missie van Duodecima te zien als het maken van een gedicht. Ofwel: ik schrapte alles wat dubbelop of overbodig was. Wat overbleef is dit: ik coach en schrijf om beweging, helderheid en schoonheid te creëren. Tomas Schats wist het in een beeld te vatten.

Waar het water stroomt
Waar mensen stappen zetten

Helemaal vanzelf 

Licht

Het gedicht Licht maakte ik voor een vriend die op een prachtige manier betekenis geeft aan het leven.
Voorlezer Annette Bruining koos het uit omdat ze er hoop in las.
In de serie #Poëzien is dit nr. 6 (1’19).

Je zag het licht op het toneel,
reikend naar de sterren.
Luidkeels naar de hemel zingend
greep je ze beet. Ze waren veel te heet.

Maar wat is wijs?
Wat doe je met dat lied, die vriend, de pijn,
een lang geleden al geplande reis?
Hoe kom je door een nacht zonder refrein?

Je vond een nieuwe nevelige bron,
doorschijnend als een februariblos,
zachtmoedig licht verspreidend in je jonge huis. 

Het is er nooit te klein.
Je kunt er altijd zingen.
Altijd spreken. Anders zijn.

©️ Caroline Wiedenhof 2019

(Niet meer) lijden voor een idee

Mijn grootouders gingen elke zomer naar de bergen. Opa wandelde, maar oma, die slecht ter been was, nam de lift omhoog en samen genoten ze boven in een bergrestaurant van het uitzicht. Toen oma in een zomer vijfenzeventig werd, besloot de familie haar als verrassing een bezoek te brengen. Een feest dat bekroond werd met een mooie wandeling naar het bergrestaurant voor een ijsje. Een van de tantes beklom de alp op gladde goudkleurige sandaaltjes. Ze was bereid op deze feestelijke dag te lijden voor het idee van vrouwelijke elegantie. Met veel moeite haalde ze het restaurant, maar naar beneden zat er echt niet in. Gelukkig bood de lift uitkomst.

Schoenen waar je niet op kunt lopen zijn een wijdverbreid cultureel fenomeen, waarbij met name de vrouwelijke helft van de wereldbevolking gebukt gaat onder een idee van schoonheid dat hen aan het wankelen brengt. De antieke Chinese gewoonte om voetjes van rijke dames zo strak in te binden dat ze klein en mooi bleven veroordelen we nu collectief. Ha ha, wat een mallerds. Maar hoe zouden toekomstige generaties kijken naar onze vreemde gewoonte om voeten in een schoen met zeer hoge hak te proppen, waardoor vrouwen de hele dag op hun tenen lopen, met alle gevolgen van dien voor voeten, enkels, knieën, heupen, rug, organen, ademhaling, nek en brein? Kan het nog maller?

In de geestige en confronterende TED lezing https://www.youtube.com/watch?v=Rs4yE0BrZVE&t=2s over ‘body conscious design’ vraagt de Italiaanse arts Jader Tolja zich dat af. Met een hilarische reeks plaatjes laat hij zien hoe het basisontwerp van de schoen haaks staat op de natuurlijke vorm van de voet. Daar moet ellende van komen.

Tolja geeft ook mooie voorbeelden van ontwerp-missers uit andere hoek, zoals kantoor-architecten die geen rekening houden met ons lichamelijke en geestelijke gestel. Een loopbrug met een doorzichtige vloer, heel fraai, maar in ons brein wortelt zich doodsangst. Mensen die in moderne gebouwen werken kunnen andere voorbeelden zo uit hun mouw schudden.

Overigens kan een gerucht over een fout ontwerp ook grote en soms onverwachte gevolgen hebben. Zo heeft het kantoor waar ik nogal wat uurtjes doorbreng mij definitief bevrijd van elegante maar ongemakkelijke schoenen. Dat ging zo. Voor we het gebouw in trokken ging het gerucht dat de fietsenkelder te klein was (dat blijkt overigens mee te vallen mits je bereid bent je fiets op een hoog rek te plaatsen, maar dat wist ik toen nog niet). Afgeschrikt door deze verhalen besloot ik de fiets thuis te laten en te gaan lopen. Een heerlijke stadswandeling van een kleine vier kilometer, waar ik voor ik het wist aan verknocht raakte.

Maar het dragen van de dagelijkse benodigdheden (computer, snoeren, telefoon, pen, notitieboek, portemonnee, brood, water) én ‘kantoorschoenen’’ op mijn rug bleek een te zware last. En zo kwam ik twee jaar geleden tot het besluit definitief afscheid te nemen van schoenen-waar-je-niet-op-kunt-lopen. 

Hoe haalbaar is mijn droom dat iedereen op kantoor met me mee gaat doen? Maar laat ik voor mezelf spreken. Ik sta en loop nu elke dag heerlijk.

Zo simpel en mooi kan het leven zijn.

 

Sacrum

Ik denk dat ik in dit gedicht Sacrum uit 2012 vooral hoop heb proberen te vatten. Dat er altijd weer een nieuw begin komt, wat Hannah Arendt ‘nataliteit’ noemt, of het wonder dat de wereld redt van de ondergang.

Met veel dank aan @Miguette Jadoul die het wilde voorlezen (0’59).

Speels gemak

Laaglandbewoners hebben tijd nodig om hun lichaam aan de bergen te laten wennen. De hoogte, de ijle lucht, het stijgen en dalen, alles is anders dan in de polder. Inlopen is dus verstandig. 

Een trucje dat ik heb bedacht om het inlopen te veraangenamen is mij voor te stellen dat ik in de bergen ben opgegroeid. Niks onwennig, ik loop hier al jaren, huppeldehuppel, zingend ga ik de berg op, ik voel me er net zo thuis als de dame op dit schilderij van Palizzi.

‘Fake it till you make it’ heet dat, bromde een vriend toen ik dat vertelde. Een tactiek die een moeilijke taak of ingewikkelde opdracht lichter en speelser maakt als je er nog niet zo goed in bent. Ja hoor, die presentatie geef ik wel even, dat vloertje leg ik wel zelf, en ik vlieg volgende week wel naar Shenzen om een klant te spreken, waarom niet.

De schilder van de dame op de berg heeft trouwens een verwante tactiek gebruikt: sprezzatura. Het is titel van de tentoonstelling in het Drents museum waar het schilderij te zien is (t/m 3 november 2019). Sprezzatura betekent iets met zwier en speels gemak doen. Je niet laten voorstaan op wat je heel goed kunt. Niet laten blijken hoeveel energie je erin hebt gestopt om een schilderij te maken, of een berg op te komen.

Sprezzatura is tegelijkertijd een manier om anderen niet in verlegenheid te brengen én een mooie tactiek om plezier te houden in zaken die je tot in de puntjes beheerst. En het is ook toepasbaar tijdens bergwandelingen als je eenmaal lekker ingelopen bent.

Gids

Wie als volwassene blijft leren krijgt te maken met allerlei soorten gidsen: leraren, coaches, adviseurs, instructeurs, trainers of mentoren. Mensen die beschikken over de kennis of de vaardigheid om jou, als mede-volwassene, ergens naartoe of doorheen te leiden.
De beste gidsen zijn mensen die zich kunnen inhouden. Zij laten een mede-volwassene de ruimte laten om zelf beter te worden. Zij kunnen wachten op een vraag of goed observeren waar jij precies behoefte aan hebt. Zij ontdekken zelf ook zichtbaar en met plezier steeds iets nieuws.
Vervelende gidsen daarentegen etaleren hun kennis onophoudelijk, hechten aan hun status als beterweter, en ontwikkelen zich niet op het intermenselijke vlak.
Hoe wezenlijker het is wat je van een gids leert, hoe belangrijker het moment waarop je besluit zonder hem of haar verder te gaan.
Dit gedicht Vacuüm is ontstaan naar aanleiding van het afscheid van een gids die mij veel had geleerd.  Met dank aan Evert Pruis voor het voorlezen (1″15)! Poëzien nr. 4.

Magie

Als openbaar toetje op de besloten workshop Kracht van Openheid mijn gedicht Magie, voorgelezen door Max Douw (1 minuut) over een goochelaar die na een optreden ervoor kiest te zwijgen. #Poëzien nr 3.

Magie

Er wordt gebeld, een zwarte schoonheid
dient zich aan, met cape, gevouwen op de arm.
De gast die wij verwachtten?
Het was een goochelaar.

Haar show was afgelopen.
Of ze mocht komen slapen.
We lieten haar naar binnen,
wilden een gesprek beginnen

maar zij zweeg.
Haar vingers vormden wolken in de ruimte,
de tekens ketsten op de wand,

er droop een tekst omlaag die ons wat wilde zeggen.
Als we wilden kon zij blijven slapen
om het proberen uit te leggen.

©️ Caroline Wiedenhof 2012

Augustus

Tijdens een kort verblijf in een voormalig klooster las ik een interview met een hoog bejaarde ex-zuster. Zij had jaren achter de kloostermuur geleefd, biddend, werkend en afgesloten van de buitenwereld. In die tijd was er één zuster die het contact met buiten onderhield: de Buitenzuster. Een functie die mijn fantasie prikkelt. Er ontstond een verhaal in twaalf gedichten over het wel en wee van de moderne buitenzuster Magda:  De Buitenzuster.Over vriendschapliefde,  angst, feest, geheimen en een os.
Voorgelezen door Annette Bak. #Poëzien nr. 2 (0’59’)

Augustus

Hoog

Een van mijn grote liefdes is de Kistenstöckli, een rotsige berg in Graubünden, Zwitserland, die als een brede zonnehoed bovenop de helling staat. Niet alleen door haar majesteitelijke uiterlijk, maar ook door de verhalen over smalle passages met kettingen waar velen niet verder durven, heeft de Kistenstöckli bijna mythische proporties.
Mijn eerste poging naar de top mislukte faliekant: halverwege noopten ijskoude windvlagen en diepe sneeuw ons om te keren. Een verhaal erbij, de mythe versterkt.
De tweede keer waren de omstandigheden beter. Samen met zes anderen -de jongste twaalf, de oudste vijfenzestig – besloten we de klim te wagen.

Voor mij was de start loodzwaar, terwijl ik op het gevreesde smalle stuk met de  kettingen juist helemaal in mijn element was.
Een voetballer in de groep voelde na een enthousiaste start een scherpe pijn in de voeten.
Een volwassen man kreeg halverwege tranen in de ogen van de schoonheid die zich om hem heen ontvouwde.
De oudste kerel die graag het voortouw nam moest even slikken toen hij alfaman werd genoemd door een jonge vrouw.
De jongste onder ons klauterde zwijgend voorop en moest zich meer dan eens  inhouden om bij de groep te blijven, omdat hij dat aan zijn moeder had beloofd.
Een negentienjarige studente wist op de terugweg even niet meer hoe zij voor- of achteruit moest.

Hoe dan ook, binnen het uur waren we boven. We hadden elkaar geholpen en het toch helemaal zelf volbracht, met onze hoogst eigen motoriek, energiebalans, angst, twijfel, overmoed of wilskracht. Zelden heb ik zoveel intens gelukkige mensen bij elkaar gezien als op de top van de Kistenstöckli.