Ontspannen terugweg

‘Als de terugweg ontspannen gaat, weet ik dat ik op de heenweg goed heb geluisterd en dat we genoeg hebben stilgestaan’.

Dat zei de vriendin-met-paard toen wij terugliepen na een korte wandeling door de polder met haar paard. Zij maakt er een kunst van tijdens zo’n wandeling honderd procent aandacht aan hem te geven.

Soms wil hij grazen, soms ziet hij iets dat zijn aandacht trekt.

Als ze daar niet goed naar luistert (teveel stuurt, te haastig is), wil hij op de terugweg niets liever dan zo snel mogelijk terug naar de stal – de uitdrukking ‘paard ruikt stal’ komt daarvandaan.

Maar als ze goed heeft geluisterd naar wat hij wil, is hij op de terugweg net zo ontspannen en aandachtig als op de heenweg.

Ik moest daaraan denken toen we dit weekend over de Franse péage naar huis reden.

Heel ontspannen.

Rustig naar huis.

#aandacht #pasopdeplaats #rustruimtereflectie

 

Op weg naar de roos

Zintuigen afl. 7: de zelfbewegingszin

Wat je eenmaal herkent kom je steeds vaker tegen en zo is het ook met de zelfbewegingszin. Deze onbekende loot onder de twaalf zintuigen laat je je eigen bewegingen gewaarworden, in de ruimste zin van het woord.

Is dat een nuttig zintuig? Ja, want het is goed te weten waar je heen beweegt. Wie of wat oefent aantrekkingskracht op je uit? Waarom stap je op het feestje van je broer wel op de ene mens af en niet op de andere? Met een beetje fantasie kun je zeggen dat de ontmoeting met die ene blijkbaar in je plan past, terwijl die andere er niet toe doet. Je gedraagt je als een pijl die per se naar een roos wil; als een plannenmens, zoals sommigen het noemen. Hoe beter je je bewust bent van je plan, hoe groter de kans op een vervuld leven.

Is de zelfbewegingszin te oefenen? Ja. Probeer maar eens te registreren waar je naar toebeweegt terwijl je zomaar door de stad loopt. Waarbij sta je stil? Waar loop je aan voorbij? Waar loop je eigenlijk heen? Wat trekt je aandacht? Op deze manier leer je het zelfbewegingszintuig open te zetten – net zoals je kunt besluiten je ogen en oren te openen.

Maar het gebruik van het zelfbewegingszintuig wordt ons ook hardhandig afgeleerd. We leren van jongs af dat we moeten doen wat de juf zegt, hoppen op de middelbare school van vak naar vak volgens een door onbekenden opgesteld rooster, worden geleefd door werktijden en openingstijden, en als je pech hebt krijg je op het werk ook nog eens jaarplannen of prestatie-indicatoren opgelegd die niets te maken hebben met je eigen plan.

Zo wen je er geleidelijk aan om je zelfbewegingszin te negeren en daarom is de introductie van zelfsturing in organisaties een hele opgave. Als niemand zegt wat je moet doen, waar ga je dan heen? Zoals laatst een verpleegkundige uit een modern zelfsturend team verzuchtte: het is leuk, maar het kost wel veel energie.

Als je het mij vraagt, is het die energie meer dan waard.

 

 (Illustratie uit: Tracks)

 

Hoe gaat het met je?

Zintuigen afl. 6 – De levenszin

‘Hoe gaat het met je?’ Omdat we het zo vaak horen zou je bijna vergeten dat er een vraag wordt gesteld. Een vraag die appelleert aan iets wat we de levenszin kunnen noemen, een van de onbekendere zintuigen in onze serie van twaalf. Het is het zintuig dat laat weten hoe je je voelt. In het lichaam is de levenszin niet precies te localiseren, maar zij heeft krachtige waakhonden in dienst: pijn, ziekte, vermoeidheid, irritatie en ongemak. Die waarschuwen je bijvoorbeeld als je naar bed moet, als je te lang dingen doet die niet bij je passen, of op een plek bivakkeert waar je beter niet kunt zijn.

Net als het gehoor of de tastzin is ook de levenszin te trainen. Hummeltjes doen het van nature als ze van de schommel vallen of eindeloos hun favoriete sprong van het klimrek herhalen. Maar ook volwassenen kunnen de levenszin scherpen: door bewust stil te staan bij pijn en genot, lichamelijke en geestelijke grenzen te verkennen, te oefenen met inspannen, ontspannen, vallen en opstaan – kortom door bewust te leven.

Zo bezien is het best een mooie vraag: hoe gaat het met je?

Sta er gerust een paar minuten per dag bij stil: je levenszin wordt ermee getraind.

Beboterde naaktslak

Zintuigen afl. 5 : de tastzin

‘Af en toe wanneer ik mij verveel, ga ik in een slaapzak liggen, smeer ik me in met boter en glijd rond over de keukenvloer alsof ik een naaktslak ben….’ Deze facebookpost van Yolanda kwam  op mijn tijdlijn binnen toen ik me al een paar dagen probeerde voor te stellen wat de tastzin eigenlijk is.
Stel je inderdaad eens voor dat je die naaktslak bent en in het pikkedonker over een keukenvloer kruipt. Boem, de keukenkastjes.
Au, het keukentrapje.
Jakkes, een dweil.
Hé, de muur.
Het tastzintuig laat je subtiel of hardhandig voelen dat je tegen iets aankomt dat je niet zelf bent. Zo merk je waar je zelf eindigt en de wereld begint: wat je grenzen zijn. Die ervaring van begrenzing zou je de meest basale vorm van zelfbewustzijn kunnen noemen.
Dit ingebouwde begrenzingsapparaat laat ons in al zijn grootheid (de gemiddelde mens heeft een huidoppervlak van 1,7 m2) ook de intimiteit ervaren van heel dicht bij iemand te mogen zijn.
Begrenzing en toenadering gaan dus hand in hand, of zoals de romantische dichter Novalis het verwoordde in zijn Fragmente: ‘Aanraking is scheiding en verbinding tegelijk’.
Probeer het maar eens uit als beboterde naaktslak, op de keukenvloer of zo je wilt in bed.

De facebookpost van Yolanda was een originele manier om aandacht te vragen voor borstkanker. Bij dezen dus. 

 

Alomvattende ogen

Zintuigen afl. 4: de ogen

‘Focus begins with the eyes’ zegt mijn yogaleraar streng als ik op één been sta te wiebelen. Kijk naar één punt, laat je niet afleiden en vergeet al het andere om je heen. Het doet me altijd denken aan de episode uit de Mahabharata waarin een groep mannen boogschietles krijgt. Ze moeten een nepgier hoog op een rotswand door het oog raken. Voordat ze mogen schieten, moeten ze aan de leraar vertellen wat ze precies zien. ‘Ik zie de rots’ zegt de één, ‘en mijn arm en de boog’ of ‘Ik zie de vogel en een wolk’. Allemaal worden ze weggestuurd. Alleen de leerling die uitsluitend het oog van de vogel ziet, mag schieten – en schiet raak. Hoe beter het oog focust, hoe duidelijker het doel (of andersom).

Toch doen we het oog tekort als we het alleen maar laten focussen. Want wie aan het koken is kan in de ooghoeken ook de kinderen zien spelen, en in de auto let een goede chauffeur zowel op de weg als op het landschap en de weersomstandigheden. Met hun onnavolgbare beweeglijkheid helpen de ogen ons alles in ons op te nemen, patronen te herkennen, de kern te zien, de waarde ervan in te schatten en ondertussen ook nog het evenwicht te bewaren.

Focus begint met de ogen, nieuwsgierigheid begint met de ogen, de ogen bieden overzicht en inzicht. We beginnen te begrijpen waarom de arts Albert Soesman de ogen de meest omvattende van alle zintuigen noemt.

Illustratie: Mahabharata

Warmtezin, menselijkheid en de populariteit van poezen

Zintuigen afl. 3: warmtezin

Terwijl The Year of the Cat op de Duitse autobaan door de auto schalde, bespraken we de populariteit van poezen op de sociale media. Zelf heb ik er geen, maar mijn vrienden-met-kat plaatsen gelukkig regelmatig een foto van een poes op mijn nieuwsoverzicht. Warm, eigenzinnig, genietend, beweeglijk, krullend en spinnend: poezen genieten van intense ervaringen. Het zijn een soort wandelende zintuigen.

Zintuigen zijn de instrumenten waarmee we de wereld ontmoeten en de moeder der zintuigen wordt temperatuurzin of warmtezin genoemd. Die zit diep in de hersenen in de pijnappelklier, ook bekend als epifyse of derde oog. Sommige denkers vermelden daarbij dat dit kliertje zich in de loop van de evolutie zo diep heeft teruggetrokken dat we het bijna niet meer bewust kunnen inzetten, maar dat het tegelijkertijd zijn vermogen om kou en warmte te voelen aan de kleinste zenuwtjes onder de huid heeft doorgegeven. Anderen vinden dit verhaal dan weer te mooi om waar te zijn.

Hoe het ook zij, de wereld laat ons niet koud. Zo bezien staat de warmtezin overdrachtelijk voor onze belangstelling voor de wereld en de behoefte om warmte te ervaren van anderen.

Het kijken naar poezen helpt ons misschien wel om een beetje meer mens te worden.

(Met dank aan Britta Gielen voor de foto van haar poezen)

Een subtiel ontroerend zintuig

Zintuigen afl. 2: het gehoor.

Terwijl mijn huisarts laatst bezig was met uitspuiten spraken we over de schoonheid van het oor. De dokter toonde zich vooral enthousiast over het binnenwerk met de spiralen van het slakkenhuis en het evenwichtsorgaan, maar ik wees hem ook op de fascinerende buitenkant, en dan vooral op het randje dat zich zo ontroerend subtiel naar binnenvouwt.
‘Een geste van terughouding’, noemt Albert Soesman dat terugvouwen in zijn lezingen over de twaalf zintuigen. Alsof het wil zeggen: kom maar binnen met je klanken, maar doe het voorzichtig, want anders overweldigt u me. Maar laat het eerst even stil worden, dan kan ik beter naar u luisteren, u beter in me opnemen.

 

 

Een zintuig voor democratie

Zintuigen, afl. 1: de ik-zin

Een paar jaar geleden nam ik het besluit om niet meer naar verkiezingsdebatten te kijken. Het voelde als verraad aan mijn democratische ideaal, maar ik vond dat ik mijn tijd beter kon besteden.
Ik kan er ook een woord aan geven: mijn ik-zin was aan het werk. Dat is een van de onbekende loten uit de twaalf-zintuigenleer die ik bestudeer, en dus een mooie om mijn serie mee te beginnen. Laat je niet misleiden door het woord: de ik-zin is een altruïstisch zintuig. Er wordt mee bedoeld dat je tot het wezen, het ik van andere mensen kunt doordringen, ongeacht hoe ze er uit zien, wat ze zeggen en hoe ze zich gedragen. In de volksmond: ‘het gaat om de binnenkant’, of ‘ze heeft een grote mond maar een hart van goud’.
De ik-zin is dus het zintuig van de ontmoeting en je zou het dus ook de jij-en-ikzin kunnen noemen, of de ontmoetingszin. Het is een zintuig dat het leven spannend maakt. Want een ontmoeting is ook altijd een confrontatie tussen twee ikken – kijk maar eens een dagje mee in een goed huwelijk. Maar ook in andere relaties hebben we de ik-zin nodig. Als het faalt (‘ik-zwakte’) kunnen we ons zo maar voor een karretje laten spannen van een slimme verkoper of narcistische sekteleider.
Een goed werkende ik-zin houdt ons wakker in de ontmoeting, en zorgt er voor dat we ons op tijd weer terug trekken in onze eigen wereld.
Terug naar mijn democratische ideaal: de ik-zin helpt ons haarfijn aan te voelen of een politicus meent wat hij zegt. Daar kunnen ze maar beter rekening mee houden in Den Haag.

Twaalf zintuigen

Op momenten waarop de oren, ogen, huid, tong en neus het jammerlijk laten afweten, wordt het zesde zintuig vaak van stal gehaald als een bekende, maar ook wat mysterieuze vriend. ‘Ik weet dat je met hem moet trouwen, dat vertelt mijn zesde zintuig’ zegt je vriendin dan bijvoorbeeld. Voor haar en vele anderen die de vijf bekende zintuigen te beperkt vinden hebben we goed nieuws: er bestaat een uitgebreide leer van maar liefst twaalf zintuigen die ons door het leven gidsen. Duodecima besteedt de komende tijd aandacht aan alle twaalf.