Klopt je verhaal?

Een goede leider is een goede verhalenverteller. Storytelling is niet voor niets zo populair binnen organisaties. Want verhalen – in de vorm van een lied, gedicht, beeld of film – zijn onvoorstelbaar krachtig. Voor wie iets goeds wil bereiken is het daarom verstandig om de belangrijkste structuren, motieven en wendingen van grote verhalen te bestuderen: verhalen die van belang zijn voor een cultuur, een land, een organisatie, een team, een mens. De vraag is vervolgens of je die verhalen kunt bijstellen aan de hand van een toekomstvisie. Of moet dat zelfs, is het een plicht?

In het artikel “Klopt je verhaal?’ vertellen Manfred van Doorn en Caroline Wiedenhof hoe de narratieve psychologie organisaties kan helpen om richting te geven aan hun verhaal. Het artikel is ook gepubliceerd in het Tijdschrift voor talent- en managementontwikkeling, jaargang 23, nr 2, zomer 2015. Je vindt het artikel hier: Klopt je verhaal?_md magazine_zomer 2015

Een voorbeeld. Tijdens de herdenkingsdienst van de slachtoffers van de terreuraanval in Charleston vertelde Barack Obama via het lied ‘Amazing Grace’een groot verhaal aan de wereld. Het gaat over verdriet, over zijn verbondenheid met de zwarte gemeenschap en zijn geloof in universele waarden als dankbaarheid en genade. En/of het vertelt een politiek verhaal: dat hier de president staat, die er nog steeds is en zich niet uit het veld laat slaan. Voor de laatste fase van zijn presidentschap kan Amazing Grace wel eens een tactische meesterzet blijken te zijn.

Een goede keuze

Stel dat je wilt weten of je het goede beroep hebt gekozen. Niet ongeveer, maar precies. Je kunt dan bijvoorbeeld turven hoe vaak je ’s morgens fluitend aan de slag gaat. Je kunt ook bijhouden hoeveel dagen per jaar je ziek bent en met hoeveel collega’s je graag omgaat. De preciezen zullen nog verder gaan. Die maken een staatje van hun bloeddruk op werkdagen en in het weekend. Ondertussen houden hun optimistische vrienden diagrammen bij van hun grote en kleine bijdragen aan de wereld. Maar een absoluut bewijs dat de keuze goed is zal niemand krijgen. Daarvoor zou je eerst onder dezelfde omstandigheden een ander beroep moeten kunnen uitoefenen. Dat is onmogelijk, want ondertussen ben je al weer ouder en wijzer geworden.

Zo is het ook met grote en kleine klassen. De onderwijsinspectie kon tien jaar geleden al niet bewijzen of kleine klassen beter waren voor kinderen dan grote klassen. Wie de waarheid zoekt in cijfers en procenten, kan zijn hele leven vergeefs blijven tellen en meten. En dan nog staat er ongetwijfeld een onderzoeker op uit Sao Paolo of Beijing, die het tegendeel beweert. Goed onderwijs is een te complex onderwerp voor harde bewijzen, net als geluk in het werk.

De bottom line is dat je op andere gronden een keuze zult moeten maken. Zeg het maar, wat vind je beter voor je kind: een grote klas of een kleine klas? En denk je dat de ideale klas voor ieder kind even groot is? En doe je het goede werk?

Op de foto: Anne van Laar, Van Laar Celloschool, met leerling