Elke dag een beetje vakantie

Een van de mooie vondsten toen ik ‘voor mezelf begon’ was om mijn innerlijke klok (IK) mijn werkritme te laten bepalen. Sindsdien is het leven een stuk aangenamer geworden. Door een andere dagindeling voel ik me goed en presteer dus ook beter. Ik heb niet eens een wekker nodig, want de IK wekt me op tijd. Ook vertelt ze me trouw wanneer ik pauze moet nemen, in beweging moet komen of voedsel nodig heb. Zo eenvoudig is het. 

Steeds beter luister ik naar haar, thuis en op kantoor. Soms vergeet ik het. Of kan het niet. Dan vergader ik te lang, of heb ik te veel afspraken dicht op elkaar. De IK protesteert tegen zulke overmoed en vraagt om onmiddellijke compensatiemaatregelen in de vorm van buitenlucht, spel, rust of beweging. 

Vroeger kon mijn IK wel bezig blijven met protesteren. Ik had toen vakanties nodig en pas nadat het vermoeide lichaam zich een tijdje in een zalig nietsdoen had gewenteld kwam ze weer in een gezond ritme. Als ik geluk had gebeurde dat zonder ziek te worden. 

Na een van die vakanties schreef ik het gedicht Eiland. De wekker was het water in gegooid, tijd werd niet geschreven. @Elsemiek Meijs haalde het uit de mottenballen en leest het voor. #Poëzien nr 9. #Elkedageenbeetjevakantie

De zomer komt eraan

Tijd speelt een hoofdrol in de roman De Toverberg van Thomas Mann, waarin de jonge Hans Castorp drie weken gaat logeren bij zijn neef in een Zwitsers sanatorium.

Hans krijgt koorts, wordt ziek en krijgt het advies van de doktoren om te blijven. Langzaam worden de dagen weken en de weken maanden.

Iedereen die wel eens langdurig ziek is geweest zal herkennen wat er dan gebeurt: eerst is het heel erg dat het langer dan een week duurt, maar na een paar weken bevreemdt het je als iemand vraagt of je er over een week weer zult zijn. En na een paar maanden word je eigenlijk niet meer gemist, omdat er op het werk een nieuw evenwicht is ontstaan.