Een goede keuze

Stel dat je wilt weten of je het goede beroep hebt gekozen. Niet ongeveer, maar precies. Je kunt dan bijvoorbeeld turven hoe vaak je ’s morgens fluitend aan de slag gaat. Je kunt ook bijhouden hoeveel dagen per jaar je ziek bent en met hoeveel collega’s je graag omgaat. De preciezen zullen nog verder gaan. Die maken een staatje van hun bloeddruk op werkdagen en in het weekend. Ondertussen houden hun optimistische vrienden diagrammen bij van hun grote en kleine bijdragen aan de wereld. Maar een absoluut bewijs dat de keuze goed is zal niemand krijgen. Daarvoor zou je eerst onder dezelfde omstandigheden een ander beroep moeten kunnen uitoefenen. Dat is onmogelijk, want ondertussen ben je al weer ouder en wijzer geworden.

Zo is het ook met grote en kleine klassen. De onderwijsinspectie kon tien jaar geleden al niet bewijzen of kleine klassen beter waren voor kinderen dan grote klassen. Wie de waarheid zoekt in cijfers en procenten, kan zijn hele leven vergeefs blijven tellen en meten. En dan nog staat er ongetwijfeld een onderzoeker op uit Sao Paolo of Beijing, die het tegendeel beweert. Goed onderwijs is een te complex onderwerp voor harde bewijzen, net als geluk in het werk.

De bottom line is dat je op andere gronden een keuze zult moeten maken. Zeg het maar, wat vind je beter voor je kind: een grote klas of een kleine klas? En denk je dat de ideale klas voor ieder kind even groot is? En doe je het goede werk?

Op de foto: Anne van Laar, Van Laar Celloschool, met leerling

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.