Hoog

Een van mijn grote liefdes is de Kistenstöckli, een rotsige berg in Graubünden, Zwitserland, die als een brede zonnehoed bovenop de helling staat. Vele malen klom ik naar de hut op de rand van de hoed – een welverdiend rustpunt op een schitterende wandeling.

Maar toen kwam de zomer waarin ik de bovenkant van de hoed wilde bereiken, ook omdat mijn Mountains & Movies maatje deze tocht heel graag met de deelnemers wilde doen. Hij was er zelf al tientallen keren geweest, maar ik was steeds tevreden blijven steken bij de Milchkaffee mit Nusstorte in de hut.

Niet alleen door haar majesteitelijke uiterlijk, maar ook door de verhalen over smalle passages met kettingen waar velen niet verder durven, had de Kistenstöckli voor mij mythische proporties gekregen. Erop af!

De eerste poging naar de top mislukte faliekant: halverwege noopten ijskoude windvlagen en diepe sneeuw ons om te keren. Een verhaal erbij, de mythe versterkt.  Een week later waren de omstandigheden beter en zeven Nederlanders tussen de twaalf en vijfenzestig jaar besloten de klim gezamenlijk te wagen.

  • Voor mij was de start loodzwaar, terwijl ik op het gevreesde smalle stuk met de  kettingen juist helemaal in mijn element was.
  • Een voetballer in de groep voelde na een enthousiaste start een scherpe pijn in de voeten.
  • Een volwassen man kreeg halverwege tranen in de ogen van de schoonheid die zich om hem heen ontvouwde.
  • De oudste kerel die graag het voortouw nam moest even slikken toen hij alfaman werd genoemd door een jonge vrouw.
  • De jongste onder ons klauterde zwijgend voorop en moest zich meer dan eens  inhouden om bij de groep te blijven, omdat hij dat aan zijn moeder had beloofd.
  • Een negentienjarige studente wist op de terugweg even niet meer hoe zij voor- of achteruit moest.
  • En mijn Mountains & Movies collega René, die deze dag een nog hogere top in de buurt had bedwongen – baas boven baas – kwam na een doldwaze afdaling en dito tweede klim volledig bezweet aangerend om toch nog samen op onze Mountains & Movies-top te kunnen staan.

Hoe dan ook, binnen het uur waren we met zeven plus één boven. We hadden elkaar naar boven geholpen en het toch helemaal zelf volbracht, met onze hoogst eigen motoriek, energiebalans, angst, twijfel, overmoed of wilskracht.
Mijn verwachtingen die al mythische proporties hadden werden ruimschoots overtroffen. Zelden heb ik zoveel intens gelukkige mensen bij elkaar gezien als op de top van de Kistenstöckli.

Wil je ook op je eigen manier en toch samen in beweging komen en/of je grenzen verleggen? En lijkt het je sowieso goed een weekje de tijd te nemen voor jezelf, zonder alleen te zijn? Wil, moet of kun je iets wat je nu nog niet doet? Of heb je een vaag gevoel van onrust en gun je jezelf dat goed te verkennen? Met Mountains & Movies bieden René Berden en ik een unieke, toegankelijke en ook vriendelijk geprijsde combinatie van fysieke uitdaging, natuurschoon en inspiratie uit film, waarmee we je op weg helpen om nieuwe perspectieven te zien en stappen te zetten in je leven of loopbaan.

Doorbraak

Als de autistische Temple Grandin in de gelijknamige film bij de uitreiking van haar universitaire diploma keihard en vals een lied inzet, is het hele publiek in tranen. Ze zijn getuige van een doorbraak van een vrouw die definitief heeft laten zien dat ze in staat is tot iets wat niemand voor mogelijk had gehouden. Wie had dit ooit gedacht? Was dit het meisje dat tot haar derde niet had gesproken, overgevoelig was voor prikkels en de nabijheid van mensen nauwelijks kon velen?

Het is prachtig om getuige te zijn van zulke doorbraken. Zeker als de weg erheen zwaar is en de twijfel regelmatig heeft toegeslagen. Moet je dit willen? Is het de moeite waard? Is ’t nog gezond? Leidt het ergens toe? Niemand die het weet onderweg.

Twijfel overviel me ook in oktober bij Mountains & Movies, hoog op de Alp. We waren met acht wandelaars vertrokken, en zoals altijd liepen de tempo’s nogal uiteen. De een is nu eenmaal sterker en beter gebouwd voor dit soort tochten dan de ander. Omdat ik begeleider was bleef ik in de achterhoede, en zo ervoer van heel dichtbij de moeilijke weg omhoog door de sneeuw van een van de deelnemers. Voetje voor voetje, zoekend, glijdend, naar adem happend, vaker stilstaand dan lopend. Vier uur later waren we boven. En daar sloeg bij mij de twijfel toe. Hadden we hier goed aan gedaan? Hoe moest hij ooit terug?

Bij mijn medebegeleider René Berden bespeurde ik gelukkig een onbegrensd vertrouwen in de afloop. Dat gaf mij ook moed.

‘Brick by brick’. Die zin werd mijn mantra op de terugweg. Ik heb hem te danken aan de film Seabiscuit, over een gewond paard en zijn gewonde jockey. De twee begrijpen elkaar in de weg naar genezing die ze te gaan hebben. De jockey wacht, troost, streelt, bezweert en haalt Keizer Hadrianus erbij over hoe Rome wordt gebouwd: ‘Brick by brick, my citizens, brick by brick’.

Het verhaal van paard en jockey heeft mij veel geleerd over geduld en vertrouwen in het tempo van een ander. Maar oei, wat vind ik dat moeilijk. Want op de lange weg omlaag werd ik zelf met angst geconfronteerd. De zon begon al onder te gaan, het weer kan plotseling omslaan, gevaar loert altijd om het hoekje. Dat besef zit diep in mij. Het is met de paplepel ingegoten en dat maakte het moeilijk om te genieten van de prachtige zonsondergang, het fenomenale uitzicht en de topprestatie waar ik getuige van was. Ik voelde me verantwoordelijk voor de afloop maar leek geen enkele invloed te hebben op het tempo van de ander. Ik slingerde heen en weer tussen een vage angst en kwaadheid op die angst.

Maar het weer bleef mooi en we kwamen er. Stapje voor stapje. Brick by brick.

In de auto terug ontpopte de moeilijke loper zich tot topcoureur. Bij een ingewikkelde omleiding stuurde hij met bewonderenswaardige precisie en aanstekelijke joie de vivre zijn four wheel drive in hoog tempo achteruit over het ruige bergpad. De lach erbij op zijn gezicht vergeet ik nooit meer. Al kon hij die avond geen pap meer zeggen, de tocht was zijn doorbraak die week. Hij had het gered, helemaal op eigen kracht.

En ik mocht erbij zijn, worstelend en knarsetandend. Kan ik dit? Moet ik dit willen? Is het de moeite waard? Is dit nog gezond? Leidt het ergens toe? Wel zeker. Het is het pad naar de doorbraak van mijzelf als mentor en coach – nu ook in de bergen.

Caroline Wiedenhof

Duurzaam vooruit en de linkerpink

Als ik een vergadering voorzit of groepen begeleid moet ik regelmatig checken of ik niet te hard van stapel loop. Maar in de bergen ben ik een traag startende diesel.

Op mindere dagen duurt het dan soms wel een uur voor ik goed op gang ben. Als mijn lichaam zich eenmaal heeft aangepast, kachel ik fluitend over steile hellingen, genietend van de gesteenten, de steenbokken, de bergmarmotten, de vlinders, de bloemen en de mensen met wie ik loop. Uren kan ik dan doorgaan, ‘met de linkerpink’ zou Adelheid Roosen zeggen: doen wat je fijn vindt, wat goed is, op jouw manier, in een gezond tempo.

Toch heb ik lang gedacht dat ik mijn startproblemen kon oplossen door in het begin van een klim beter mijn best te doen.

Het tegendeel blijkt waar. Als ik trouw ben aan mijn langzame start, kom ik duurzamer op stoom.

Zo werpen de bergen je onverbiddelijk terug op het ritme van je longen, je hart, je buik.

Aan dat drietal heb ik boven in de Alpen trouw gezworen. Want ook in het dagelijks leven verlies ik longen, hart en buik nog wel eens uit het oog. Als je mij dus het komende jaar met de linkerpink een bijeenkomst zie leiden, weet dan dat ik de bergen schatplichtig ben.

Tijd om te vertrekken?

‘Ik moet vertrekken. Ik zeg u dat ik moet gaan’ roept de 19e-eeuwse gouvernante Jane Eyre in het gelijknamige boek tegen Edward Rochester, haar werkgever en grote liefde. Met alle kracht die ze in zich heeft, scheurt ze zich los en vertrekt. Want vooralsnog staan niet alleen wetten en zeden in de weg van de vervulling van hun liefde, maar ook Jane’s gevoel voor integriteit: zij wenst als gelijke te worden behandeld. In de omstandigheden is dat niet mogelijk en daarom verlaat Jane haar geliefde, waarmee ze ook haar bestaanszekerheid opgeeft.

Jane Eyre spreekt nog steeds tot de verbeelding. Jody Bower laat in het boek ‘Jane Eyre’s Sisters’ zien dat Jane het archetype Aletis vertegenwoordigt, naar het Griekse woord aletheia: waarheid. Ook hoofdpersonen van allerlei moderne verhalen gaan op zoek naar de waarheid moederziel alleen op reis. Denk bijvoorbeeld aan Robyn in Tracks, Liz in Eat Pray Love, Cheryl in Wild en Chris in Into the Wild. Allemaal Aletis-types die op zoek zijn naar het enige dat zij echt bezitten en toch zijn kwijtgeraakt: zichzelf. Longarts Mariska Koster vertelde in 2013 over zo’n proces bij Pauw & Witteman: ‘Toen ik mezelf zag dacht ik: hier is iets niet goed.’ Met zo’n gevoel begint een reis die nergens naar toe lijkt te gaan (eerder ergens vandaan) en waarin op het eerste gezicht geen grootse daden worden verricht. Maar dat is natuurlijk maar schijn: het vergt nogal wat moed om met achterlating van alles in het onbekende te duiken. Zoals in The secret life of Walter Mitty wordt gezegd: ‘Life is about courage and going into the unknown….’. Sommigen, zoals Chris in Into the Wild, bekopen het avontuur met hun leven, maar de Aletis die terugkeert heeft een hervonden eigenwaarde en levenskracht.

Herken je de Aletis in jezelf? Wil je jezelf wel eens los scheuren van werk dat je eigenlijk niet wilt doen, ingesleten familiepatronen, schadelijke gewoonten, een onmogelijke relatie, een plek waar je niet moet zijn? Dan is het heilzaam om Aletisverhalen te leren kennen. Want een Aletis krijgt op haar levensreis steeds beter onder de knie hoe zij haar levenskracht en integriteit kan behouden of terugvinden.