Doorbraak

Als de autistische Temple Grandin in de gelijknamige film bij de uitreiking van haar universitaire diploma keihard en vals een lied inzet, is het hele publiek in tranen. Ze zijn getuige van een doorbraak van een vrouw die definitief heeft laten zien dat ze in staat is tot iets wat niemand voor mogelijk had gehouden. Wie had dit ooit gedacht? Was dit het meisje dat tot haar derde niet had gesproken, overgevoelig was voor prikkels en de nabijheid van mensen nauwelijks kon velen?

Het is prachtig om getuige te zijn van zulke doorbraken. Zeker als de weg erheen zwaar is en de twijfel regelmatig heeft toegeslagen. Moet je dit willen? Is het de moeite waard? Is ’t nog gezond? Leidt het ergens toe? Niemand die het weet onderweg.

Twijfel overviel me ook in oktober bij Mountains & Movies, hoog op de Alp. We waren met acht wandelaars vertrokken, en zoals altijd liepen de tempo’s nogal uiteen. De een is nu eenmaal sterker en beter gebouwd voor dit soort tochten dan de ander. Omdat ik begeleider was bleef ik in de achterhoede, en zo ervoer van heel dichtbij de moeilijke weg omhoog door de sneeuw van een van de deelnemers. Voetje voor voetje, zoekend, glijdend, naar adem happend, vaker stilstaand dan lopend. Vier uur later waren we boven. En daar sloeg bij mij de twijfel toe. Hadden we hier goed aan gedaan? Hoe moest hij ooit terug?

Bij mijn medebegeleider René Berden bespeurde ik gelukkig een onbegrensd vertrouwen in de afloop. Dat gaf mij ook moed.

‘Brick by brick’. Die zin werd mijn mantra op de terugweg. Ik heb hem te danken aan de film Seabiscuit, over een gewond paard en zijn gewonde jockey. De twee begrijpen elkaar in de weg naar genezing die ze te gaan hebben. De jockey wacht, troost, streelt, bezweert en haalt Keizer Hadrianus erbij over hoe Rome wordt gebouwd: ‘Brick by brick, my citizens, brick by brick’.

Het verhaal van paard en jockey heeft mij veel geleerd over geduld en vertrouwen in het tempo van een ander. Maar oei, wat vind ik dat moeilijk. Want op de lange weg omlaag werd ik zelf met angst geconfronteerd. De zon begon al onder te gaan, het weer kan plotseling omslaan, gevaar loert altijd om het hoekje. Dat besef zit diep in mij. Het is met de paplepel ingegoten en dat maakte het moeilijk om te genieten van de prachtige zonsondergang, het fenomenale uitzicht en de topprestatie waar ik getuige van was. Ik voelde me verantwoordelijk voor de afloop maar leek geen enkele invloed te hebben op het tempo van de ander. Ik slingerde heen en weer tussen een vage angst en kwaadheid op die angst.

Maar het weer bleef mooi en we kwamen er. Stapje voor stapje. Brick by brick.

In de auto terug ontpopte de moeilijke loper zich tot topcoureur. Bij een ingewikkelde omleiding stuurde hij met bewonderenswaardige precisie en aanstekelijke joie de vivre zijn four wheel drive in hoog tempo achteruit over het ruige bergpad. De lach erbij op zijn gezicht vergeet ik nooit meer. Al kon hij die avond geen pap meer zeggen, de tocht was zijn doorbraak die week. Hij had het gered, helemaal op eigen kracht.

En ik mocht erbij zijn, worstelend en knarsetandend. Kan ik dit? Moet ik dit willen? Is het de moeite waard? Is dit nog gezond? Leidt het ergens toe? Wel zeker. Het is het pad naar de doorbraak van mijzelf als mentor en coach – nu ook in de bergen.

Caroline Wiedenhof

Duurzaam vooruit en de linkerpink

Als ik een vergadering voorzit of groepen begeleid moet ik regelmatig checken of ik niet te hard van stapel loop. Maar in de bergen ben ik een traag startende diesel.

Op mindere dagen duurt het dan soms wel een uur voor ik goed op gang ben. Als mijn lichaam zich eenmaal heeft aangepast, kachel ik fluitend over steile hellingen, genietend van de gesteenten, de steenbokken, de bergmarmotten, de vlinders, de bloemen en de mensen met wie ik loop. Uren kan ik dan doorgaan, ‘met de linkerpink’ zou Adelheid Roosen zeggen: doen wat je fijn vindt, wat goed is, op jouw manier, in een gezond tempo.

Toch heb ik lang gedacht dat ik mijn startproblemen kon oplossen door in het begin van een klim beter mijn best te doen.

Het tegendeel blijkt waar. Als ik trouw ben aan mijn langzame start, kom ik duurzamer op stoom.

Zo werpen de bergen je onverbiddelijk terug op het ritme van je longen, je hart, je buik.

Aan dat drietal heb ik boven in de Alpen trouw gezworen. Want ook in het dagelijks leven verlies ik longen, hart en buik nog wel eens uit het oog. Als je mij dus het komende jaar met de linkerpink een bijeenkomst zie leiden, weet dan dat ik de bergen schatplichtig ben.