Speels gemak

Laaglandbewoners hebben tijd nodig om hun lichaam aan de bergen te laten wennen. De hoogte, de ijle lucht, het stijgen en dalen, alles is anders dan in de polder. Inlopen is dus verstandig. 

Een trucje dat ik heb bedacht om het inlopen te veraangenamen is mij voor te stellen dat ik in de bergen ben opgegroeid. Niks onwennig, ik loop hier al jaren, huppeldehuppel, zingend ga ik de berg op, ik voel me er net zo thuis als de dame op dit schilderij van Palizzi.

‘Fake it till you make it’ heet dat, bromde een vriend toen ik dat vertelde. Een tactiek die een moeilijke taak of ingewikkelde opdracht lichter en speelser maakt als je er nog niet zo goed in bent. Ja hoor, die presentatie geef ik wel even, dat vloertje leg ik wel zelf, en ik vlieg volgende week wel naar Shenzen om een klant te spreken, waarom niet.

De schilder van de dame op de berg heeft trouwens een verwante tactiek gebruikt: sprezzatura. Het is titel van de tentoonstelling in het Drents museum waar het schilderij te zien is (t/m 3 november 2019). Sprezzatura betekent iets met zwier en speels gemak doen. Je niet laten voorstaan op wat je heel goed kunt. Niet laten blijken hoeveel energie je erin hebt gestopt om een schilderij te maken, of een berg op te komen.

Sprezzatura is tegelijkertijd een manier om anderen niet in verlegenheid te brengen én een mooie tactiek om plezier te houden in zaken die je tot in de puntjes beheerst. En het is ook toepasbaar tijdens bergwandelingen als je eenmaal lekker ingelopen bent.

Hoog

Een van mijn grote liefdes is de Kistenstöckli, een rotsige berg in Graubünden, Zwitserland, die als een brede zonnehoed bovenop de helling staat. Niet alleen door haar majesteitelijke uiterlijk, maar ook door de verhalen over smalle passages met kettingen waar velen niet verder durven, heeft de Kistenstöckli bijna mythische proporties.
Mijn eerste poging naar de top mislukte faliekant: halverwege noopten ijskoude windvlagen en diepe sneeuw ons om te keren. Een verhaal erbij, de mythe versterkt.
De tweede keer waren de omstandigheden beter. Samen met zes anderen -de jongste twaalf, de oudste vijfenzestig – besloten we de klim te wagen.

Voor mij was de start loodzwaar, terwijl ik op het gevreesde smalle stuk met de  kettingen juist helemaal in mijn element was.
Een voetballer in de groep voelde na een enthousiaste start een scherpe pijn in de voeten.
Een volwassen man kreeg halverwege tranen in de ogen van de schoonheid die zich om hem heen ontvouwde.
De oudste kerel die graag het voortouw nam moest even slikken toen hij alfaman werd genoemd door een jonge vrouw.
De jongste onder ons klauterde zwijgend voorop en moest zich meer dan eens  inhouden om bij de groep te blijven, omdat hij dat aan zijn moeder had beloofd.
Een negentienjarige studente wist op de terugweg even niet meer hoe zij voor- of achteruit moest.

Hoe dan ook, binnen het uur waren we boven. We hadden elkaar geholpen en het toch helemaal zelf volbracht, met onze hoogst eigen motoriek, energiebalans, angst, twijfel, overmoed of wilskracht. Zelden heb ik zoveel intens gelukkige mensen bij elkaar gezien als op de top van de Kistenstöckli.

Doorbraak

Als de autistische Temple Grandin in de gelijknamige film bij de uitreiking van haar universitaire diploma keihard en vals een lied inzet, is het hele publiek in tranen. Ze zijn getuige van een doorbraak van een vrouw die definitief heeft laten zien dat ze in staat is tot iets wat niemand voor mogelijk had gehouden. Wie had dit ooit gedacht? Was dit het meisje dat tot haar derde niet had gesproken, overgevoelig was voor prikkels en de nabijheid van mensen nauwelijks kon velen?

Het is prachtig om getuige te zijn van zulke doorbraken. Zeker als de weg erheen zwaar is en de twijfel regelmatig heeft toegeslagen. Moet je dit willen? Is het de moeite waard? Is ’t nog gezond? Leidt het ergens toe? Niemand die het weet onderweg.

Twijfel overviel me ook in oktober bij Mountains & Movies, hoog op de Alp. We waren met acht wandelaars vertrokken, en zoals altijd liepen de tempo’s nogal uiteen. De een is nu eenmaal sterker en beter gebouwd voor dit soort tochten dan de ander. Omdat ik begeleider was bleef ik in de achterhoede, en zo ervoer van heel dichtbij de moeilijke weg omhoog door de sneeuw van een van de deelnemers. Voetje voor voetje, zoekend, glijdend, naar adem happend, vaker stilstaand dan lopend. Vier uur later waren we boven. En daar sloeg bij mij de twijfel toe. Hadden we hier goed aan gedaan? Hoe moest hij ooit terug?

Bij mijn medebegeleider René Berden bespeurde ik gelukkig een onbegrensd vertrouwen in de afloop. Dat gaf mij ook moed.

‘Brick by brick’. Die zin werd mijn mantra op de terugweg. Ik heb hem te danken aan de film Seabiscuit, over een gewond paard en zijn gewonde jockey. De twee begrijpen elkaar in de weg naar genezing die ze te gaan hebben. De jockey wacht, troost, streelt, bezweert en haalt Keizer Hadrianus erbij over hoe Rome wordt gebouwd: ‘Brick by brick, my citizens, brick by brick’.

Het verhaal van paard en jockey heeft mij veel geleerd over geduld en vertrouwen in het tempo van een ander. Maar oei, wat vind ik dat moeilijk. Want op de lange weg omlaag werd ik zelf met angst geconfronteerd. De zon begon al onder te gaan, het weer kan plotseling omslaan, gevaar loert altijd om het hoekje. Dat besef zit diep in mij. Het is met de paplepel ingegoten en dat maakte het moeilijk om te genieten van de prachtige zonsondergang, het fenomenale uitzicht en de topprestatie waar ik getuige van was. Ik voelde me verantwoordelijk voor de afloop maar leek geen enkele invloed te hebben op het tempo van de ander. Ik slingerde heen en weer tussen een vage angst en kwaadheid op die angst.

Maar het weer bleef mooi en we kwamen er. Stapje voor stapje. Brick by brick.

In de auto terug ontpopte de moeilijke loper zich tot topcoureur. Bij een ingewikkelde omleiding stuurde hij met bewonderenswaardige precisie en aanstekelijke joie de vivre zijn four wheel drive in hoog tempo achteruit over het ruige bergpad. De lach erbij op zijn gezicht vergeet ik nooit meer. Al kon hij die avond geen pap meer zeggen, de tocht was zijn doorbraak die week. Hij had het gered, helemaal op eigen kracht.

En ik mocht erbij zijn, worstelend en knarsetandend. Kan ik dit? Moet ik dit willen? Is het de moeite waard? Is dit nog gezond? Leidt het ergens toe? Wel zeker. Het is het pad naar de doorbraak van mijzelf als mentor en coach – nu ook in de bergen.

Caroline Wiedenhof

Duurzaam vooruit en de linkerpink

Als ik een vergadering voorzit of groepen begeleid moet ik regelmatig checken of ik niet te hard van stapel loop. Maar in de bergen ben ik een traag startende diesel.

Op mindere dagen duurt het dan soms wel een uur voor ik goed op gang ben. Als mijn lichaam zich eenmaal heeft aangepast, kachel ik fluitend over steile hellingen, genietend van de gesteenten, de steenbokken, de bergmarmotten, de vlinders, de bloemen en de mensen met wie ik loop. Uren kan ik dan doorgaan, ‘met de linkerpink’ zou Adelheid Roosen zeggen: doen wat je fijn vindt, wat goed is, op jouw manier, in een gezond tempo.

Toch heb ik lang gedacht dat ik mijn startproblemen kon oplossen door in het begin van een klim beter mijn best te doen.

Het tegendeel blijkt waar. Als ik trouw ben aan mijn langzame start, kom ik duurzamer op stoom.

Zo werpen de bergen je onverbiddelijk terug op het ritme van je longen, je hart, je buik.

Aan dat drietal heb ik boven in de Alpen trouw gezworen. Want ook in het dagelijks leven verlies ik longen, hart en buik nog wel eens uit het oog. Als je mij dus het komende jaar met de linkerpink een bijeenkomst zie leiden, weet dan dat ik de bergen schatplichtig ben.