Klokken gelijk

Op de plek waar ik nu werk stond twaalf jaar geleden nog het peuterbedje van mijn zoon. Hij was een vroeg vogeltje. Elke ochtend werd hij rond vijf uur wakker met een liedje, waarna hij enthousiast stampend naar het ouderlijke bed rende.

Er was ons dus voor onze nachtrust veel aan gelegen om hem te leren klok kijken. We bedachten dat hij op dat moment eigenlijk alleen de kleine wijzer en het cijfer zeven hoefde te leren kennen. Ons nieuwe wekkertje werkte feilloos: ik leerde doorslapen op de peuterdeuntjes, in de blijde verwachting dat ik stipt om zeven uur wakker zou worden gemaakt door een enthousiast kind. 

Als ik met niemand iets te maken zou hebben, zou mijn ideale werkdag er zo uit zien: 

6.30 – 8.00 u.: opstaan, trainen, schrijven, ontbijten

8.00 – 15.00 u.: werken

15.00 – 17.30 u.: buitenlucht, beweging, slaapje

17.30 – 19.30 u.: koken, eten, opruimen

19.00 – 20:30 u: werken

Dit schema houd ik met gemak zeven dagen per week vol. In de praktijk wijk ik er vaker wel dan niet van af, want ik heb gelukkig heel veel met anderen te maken. 

Maar toch is het lekker om te weten dat mijn interne klok nog net zo feilloos werkt als die van de peuter in zijn bedje. 

 

Vraag het de mannen (ook)

“Vraag niet aan vrouwen hoe ze hun werk willen regelen als ze kinderen krijgen.” Dat is het advies van twee topvrouwen die genomineerd zijn voor de verkiezing Topvrouw 2013. Met mannen wordt het nooit besproken, dus aan vrouwen mag je het ook niet vragen, zo is hun redenering. Een slecht advies, als je het mij vraagt. In plaats van het onderwerp te verzwijgen, zou je het beter ook aan mannen kunnen vragen. Die ontdekken gelukkig in steeds groter getale dat kinderen opvoeden belangrijk, intensief én leuk is. De voetbalclub, de familie, de collega’s op het werk en de vrienden in het café gaan dat heus merken. Laten we daar geen taboe van maken.  

Eén, de nieuwe trend

Waarom maakt iedereen opeens reclame met Eén?’

De pubers in huis waren meedogenloos over het telecombedrijf. Volgens hen waren de XBox One en HTC One er het eerst, en sukkelde KPN Eén er als een loser achteraan.

Wij kwamen in ieder geval op het spoor van een trend. De mens is op zoek naar eenvoud in de chaotische en complexe wereld. We verlangen naar overzicht, omdat we anders niet meer weten waar, met wie en waarover we moeten vergaderen.

Maar er is een eenvoudiger methode hiervoor dan het afsluiten van een telecommunicatiecontract met een nieuwe helpdesk.

Tip van de dag: begint en eindigt de dag met twaalf minuten niets. Onze Chinese masseuse wil graag dat we daarna 36 keer met de klok mee, en ook nog eens 36 keer tegen de klok in over onze buik wrijven, maar dat hoeft u er van ons niet eens bij te doen. Houd het eenvoudig, en wacht. Het inzicht in wat belangrijk is zal vanzelf verschijnen.

Grenzeloos

Deze zomer gaat weer een nieuwe lichting  jongeren serieus aan het werk. Voor hen een hele stap, maar minstens zo spannend voor werkgevers, want de jongste generatie (Grenzeloze generatie, Generatie Y of Generatie alles) heeft net als al haar voorgangers een reputatie hoog te houden. In de Groene Amsterdammer van vorige week staat hoe ze zijn: ‘escapistisch, consumentistisch en vol van zichzelf’. De Groene haalt deze kennis het uit het boek ‘De grenzeloze generatie’ van Motivaction, maar zegt er niet bij dat we in dat boek ook de andere kant  van de jonge grenzelozen kunnen leren kennen: ze hebben behoefte aan verdieping, staan open voor begeleiding en zijn flexibel en oplossingsgericht.
De Engelse professor Lynda Gratton, die graag en goed schrijft over de toekomst van werk, geeft in haar jongste blog mooi de drie spanningsvelden van de nieuwe generatie weer. Tegenover hun kortetermijnfocus staat hun grote toewijding aan het project waaraan ze werken. Hun obsessie met technische gadgets wordt aangevuld met een grote behoefte aan persoonlijk contact. En hun wens om erkend en beloond te worden gaat samen met openheid voor feedback.
Ik zou er blij mee zijn als werkgever.

http://lyndagrattonfutureofwork.typepad.com/

De zomer komt eraan

Tijd speelt een hoofdrol in de roman De Toverberg van Thomas Mann, waarin de jonge Hans Castorp drie weken gaat logeren bij zijn neef in een Zwitsers sanatorium.

Hans krijgt koorts, wordt ziek en krijgt het advies van de doktoren om te blijven. Langzaam worden de dagen weken en de weken maanden.

Iedereen die wel eens langdurig ziek is geweest zal herkennen wat er dan gebeurt: eerst is het heel erg dat het langer dan een week duurt, maar na een paar weken bevreemdt het je als iemand vraagt of je er over een week weer zult zijn. En na een paar maanden word je eigenlijk niet meer gemist, omdat er op het werk een nieuw evenwicht is ontstaan.