Oma, of een nieuw begin

Zo af en toe komt er een bizar gedicht uit mijn pen. Dit is er eentje.

Het is niet waar gebeurd maar gaat wel over iets wezenlijks. In alle dagelijkse gedoe, irritaties en spanning die je misschien ervaart op kantoor of in familieverband, helpt het je te herinneren hoe onbevangen je als peuter de wereld tegemoet trad.

Daarmee sluit ook een bizar gedicht als dit aan bij de rode draad die door mijn poëzie slingert. Laat ik die maar eens omschrijven als het wonder van het altijd mogelijke nieuwe begin.

Met dank aan Maarten Blaauw die Oma uitkoos om voor te lezen omdat hij van bizarre gedichten houdt.
In de reeks Poëzien is dit nr. 12.

 

De Poëzien afspeellijst vind je hier: Poëzien afspeellijst

Elke dag een beetje vakantie

Een van de mooie vondsten toen ik ‘voor mezelf begon’ was om mijn innerlijke klok (IK) mijn werkritme te laten bepalen. Sindsdien is het leven een stuk aangenamer geworden. Door een andere dagindeling voel ik me goed en presteer dus ook beter. Ik heb niet eens een wekker nodig, want de IK wekt me op tijd. Ook vertelt ze me trouw wanneer ik pauze moet nemen, in beweging moet komen of voedsel nodig heb. Zo eenvoudig is het. 

Steeds beter luister ik naar haar, thuis en op kantoor. Soms vergeet ik het. Of kan het niet. Dan vergader ik te lang, of heb ik te veel afspraken dicht op elkaar. De IK protesteert tegen zulke overmoed en vraagt om onmiddellijke compensatiemaatregelen in de vorm van buitenlucht, spel, rust of beweging. 

Vroeger kon mijn IK wel bezig blijven met protesteren. Ik had toen vakanties nodig en pas nadat het vermoeide lichaam zich een tijdje in een zalig nietsdoen had gewenteld kwam ze weer in een gezond ritme. Als ik geluk had gebeurde dat zonder ziek te worden. 

Na een van die vakanties schreef ik het gedicht Eiland. De wekker was het water in gegooid, tijd werd niet geschreven. @Elsemiek Meijs haalde het uit de mottenballen en leest het voor. #Poëzien nr 9. #Elkedageenbeetjevakantie

Hoogmoed en kwetsbaarheid

Hoed je voor hoogmoedige leiders. Het gemak waarmee zij denken het altijd bij het rechte eind te hebben, twee bedrijven wel eventjes te fuseren of een concurrent van de markt te blazen mondt gemakkelijk uit in ellende voor een hoop mensen. Mythen waarschuwen ons terecht: hoogmoed komt voor de val.

Toch bestaat er ook een mooie, milde vorm van hoogmoed. Noem het onbevangenheid, durf, lef, initiatief, of ergens voor gáán terwijl je nog niet zeker weet of je het wel kunt. Je bent optimistisch, positief, toekomstgericht, moedig, opgewekt, dapper, gepassioneerd. Je hebt het gevoel de wereld aan te kunnen. Dat varkentje zal jij wel even wassen.

Maar als de nacht valt neemt het innerlijk het over en kan een mens zich opeens heel kwetsbaar voelen.

Over dat gevoel gaat mijn gedicht Trekkers.

Merle van der Voorde las het voor.

Trekkers

Wel, strooi de bloemetjes maar uit,
laat knikkers rollen van de bunkerwal,
de pannendeksels oorverdovend klateren.
Haal alle paarden met uw blote handen uit de stal.

Wij zijn de trekkers van het toekomstkamp.
Ons lied vangt telkenmale echo’s op
van zeker weten, uit een diepe laag.
Wij brengen hier een ontzagwekkend sterk verhaal. 

Maar ‘s avonds als het kampvuur dooft,
de laatste stem verzinkt in fluister,
de keukendeur op slot gedraaid,

dan sluit der trekkers levensdrift
een vederlicht verbond met onversneden zielepijn.
En niemand weet op dat moment
waar morgenvroeg het deksel zal gebleven zijn.

Licht

Het gedicht Licht maakte ik voor een vriend die op een prachtige manier betekenis geeft aan het leven.
Voorlezer Annette Bruining koos het uit omdat ze er hoop in las.
In de serie #Poëzien is dit nr. 6 (1’19).

Je zag het licht op het toneel,
reikend naar de sterren.
Luidkeels naar de hemel zingend
greep je ze beet. Ze waren veel te heet.

Maar wat is wijs?
Wat doe je met dat lied, die vriend, de pijn,
een lang geleden al geplande reis?
Hoe kom je door een nacht zonder refrein?

Je vond een nieuwe nevelige bron,
doorschijnend als een februariblos,
zachtmoedig licht verspreidend in je jonge huis. 

Het is er nooit te klein.
Je kunt er altijd zingen.
Altijd spreken. Anders zijn.

©️ Caroline Wiedenhof 2019

Sacrum

Ik denk dat ik in dit gedicht Sacrum uit 2012 vooral hoop heb proberen te vatten. Dat er altijd weer een nieuw begin komt, wat Hannah Arendt ‘nataliteit’ noemt, of het wonder dat de wereld redt van de ondergang.

Met veel dank aan @Miguette Jadoul die het wilde voorlezen (0’59).

Gids

Wie als volwassene blijft leren krijgt te maken met allerlei soorten gidsen: leraren, coaches, adviseurs, instructeurs, trainers of mentoren. Mensen die beschikken over de kennis of de vaardigheid om jou, als mede-volwassene, ergens naartoe of doorheen te leiden.
De beste gidsen zijn mensen die zich kunnen inhouden. Zij laten een mede-volwassene de ruimte laten om zelf beter te worden. Zij kunnen wachten op een vraag of goed observeren waar jij precies behoefte aan hebt. Zij ontdekken zelf ook zichtbaar en met plezier steeds iets nieuws.
Vervelende gidsen daarentegen etaleren hun kennis onophoudelijk, hechten aan hun status als beterweter, en ontwikkelen zich niet op het intermenselijke vlak.
Hoe wezenlijker het is wat je van een gids leert, hoe belangrijker het moment waarop je besluit zonder hem of haar verder te gaan.
Dit gedicht Vacuüm is ontstaan naar aanleiding van het afscheid van een gids die mij veel had geleerd.  Met dank aan Evert Pruis voor het voorlezen (1″15)! Poëzien nr. 4.

Magie

Als openbaar toetje op de besloten workshop Kracht van Openheid mijn gedicht Magie, voorgelezen door Max Douw (1 minuut) over een goochelaar die na een optreden ervoor kiest te zwijgen. #Poëzien nr 3.

Magie

Er wordt gebeld, een zwarte schoonheid
dient zich aan, met cape, gevouwen op de arm.
De gast die wij verwachtten?
Het was een goochelaar.

Haar show was afgelopen.
Of ze mocht komen slapen.
We lieten haar naar binnen,
wilden een gesprek beginnen

maar zij zweeg.
Haar vingers vormden wolken in de ruimte,
de tekens ketsten op de wand,

er droop een tekst omlaag die ons wat wilde zeggen.
Als we wilden kon zij blijven slapen
om het proberen uit te leggen.

©️ Caroline Wiedenhof 2012