(Niet meer) lijden voor een idee

Mijn grootouders gingen elke zomer naar de bergen. Opa wandelde, maar oma, die slecht ter been was, nam de lift omhoog en samen genoten ze boven in een bergrestaurant van het uitzicht. Toen oma in een zomer vijfenzeventig werd, besloot de familie haar als verrassing een bezoek te brengen. Een feest dat bekroond werd met een mooie wandeling naar het bergrestaurant voor een ijsje. Een van de tantes beklom de alp op gladde goudkleurige sandaaltjes. Ze was bereid op deze feestelijke dag te lijden voor het idee van vrouwelijke elegantie. Met veel moeite haalde ze het restaurant, maar naar beneden zat er echt niet in. Gelukkig bood de lift uitkomst.

Schoenen waar je niet op kunt lopen zijn een wijdverbreid cultureel fenomeen, waarbij met name de vrouwelijke helft van de wereldbevolking gebukt gaat onder een idee van schoonheid dat hen aan het wankelen brengt. De antieke Chinese gewoonte om voetjes van rijke dames zo strak in te binden dat ze klein en mooi bleven veroordelen we nu collectief. Ha ha, wat een mallerds. Maar hoe zouden toekomstige generaties kijken naar onze vreemde gewoonte om voeten in een schoen met zeer hoge hak te proppen, waardoor vrouwen de hele dag op hun tenen lopen, met alle gevolgen van dien voor voeten, enkels, knieën, heupen, rug, organen, ademhaling, nek en brein? Kan het nog maller?

In de geestige en confronterende TED lezing https://www.youtube.com/watch?v=Rs4yE0BrZVE&t=2s over ‘body conscious design’ vraagt de Italiaanse arts Jader Tolja zich dat af. Met een hilarische reeks plaatjes laat hij zien hoe het basisontwerp van de schoen haaks staat op de natuurlijke vorm van de voet. Daar moet ellende van komen.

Tolja geeft ook mooie voorbeelden van ontwerp-missers uit andere hoek, zoals kantoor-architecten die geen rekening houden met ons lichamelijke en geestelijke gestel. Een loopbrug met een doorzichtige vloer, heel fraai, maar in ons brein wortelt zich doodsangst. Mensen die in moderne gebouwen werken kunnen andere voorbeelden zo uit hun mouw schudden.

Overigens kan een gerucht over een fout ontwerp ook grote en soms onverwachte gevolgen hebben. Zo heeft het kantoor waar ik nogal wat uurtjes doorbreng mij definitief bevrijd van elegante maar ongemakkelijke schoenen. Dat ging zo. Voor we het gebouw in trokken ging het gerucht dat de fietsenkelder te klein was (dat blijkt overigens mee te vallen mits je bereid bent je fiets op een hoog rek te plaatsen, maar dat wist ik toen nog niet). Afgeschrikt door deze verhalen besloot ik de fiets thuis te laten en te gaan lopen. Een heerlijke stadswandeling van een kleine vier kilometer, waar ik voor ik het wist aan verknocht raakte.

Maar het dragen van de dagelijkse benodigdheden (computer, snoeren, telefoon, pen, notitieboek, portemonnee, brood, water) én ‘kantoorschoenen’’ op mijn rug bleek een te zware last. En zo kwam ik twee jaar geleden tot het besluit definitief afscheid te nemen van schoenen-waar-je-niet-op-kunt-lopen. 

Hoe haalbaar is mijn droom dat iedereen op kantoor met me mee gaat doen? Maar laat ik voor mezelf spreken. Ik sta en loop nu elke dag heerlijk.

Zo simpel en mooi kan het leven zijn.

 

Speels gemak

Laaglandbewoners hebben tijd nodig om hun lichaam aan de bergen te laten wennen. De hoogte, de ijle lucht, het stijgen en dalen, alles is anders dan in de polder. Inlopen is dus verstandig. 

Een trucje dat ik heb bedacht om het inlopen te veraangenamen is mij voor te stellen dat ik in de bergen ben opgegroeid. Niks onwennig, ik loop hier al jaren, huppeldehuppel, zingend ga ik de berg op, ik voel me er net zo thuis als de dame op dit schilderij van Palizzi.

‘Fake it till you make it’ heet dat, bromde een vriend toen ik dat vertelde. Een tactiek die een moeilijke taak of ingewikkelde opdracht lichter en speelser maakt als je er nog niet zo goed in bent. Ja hoor, die presentatie geef ik wel even, dat vloertje leg ik wel zelf, en ik vlieg volgende week wel naar Shenzen om een klant te spreken, waarom niet.

De schilder van de dame op de berg heeft trouwens een verwante tactiek gebruikt: sprezzatura. Het is titel van de tentoonstelling in het Drents museum waar het schilderij te zien is (t/m 3 november 2019). Sprezzatura betekent iets met zwier en speels gemak doen. Je niet laten voorstaan op wat je heel goed kunt. Niet laten blijken hoeveel energie je erin hebt gestopt om een schilderij te maken, of een berg op te komen.

Sprezzatura is tegelijkertijd een manier om anderen niet in verlegenheid te brengen én een mooie tactiek om plezier te houden in zaken die je tot in de puntjes beheerst. En het is ook toepasbaar tijdens bergwandelingen als je eenmaal lekker ingelopen bent.

Augustus

Tijdens een kort verblijf in een voormalig klooster las ik een interview met een hoog bejaarde ex-zuster. Zij had jaren achter de kloostermuur geleefd, biddend, werkend en afgesloten van de buitenwereld. In die tijd was er één zuster die het contact met buiten onderhield: de Buitenzuster. Een functie die mijn fantasie prikkelt. Er ontstond een verhaal in twaalf gedichten over het wel en wee van de moderne buitenzuster Magda:  De Buitenzuster.Over vriendschapliefde,  angst, feest, geheimen en een os.
Voorgelezen door Annette Bak. #Poëzien nr. 2 (0’59’)

Augustus

Hoog

Een van mijn grote liefdes is de Kistenstöckli, een rotsige berg in Graubünden, Zwitserland, die als een brede zonnehoed bovenop de helling staat. Niet alleen door haar majesteitelijke uiterlijk, maar ook door de verhalen over smalle passages met kettingen waar velen niet verder durven, heeft de Kistenstöckli bijna mythische proporties.
Mijn eerste poging naar de top mislukte faliekant: halverwege noopten ijskoude windvlagen en diepe sneeuw ons om te keren. Een verhaal erbij, de mythe versterkt.
De tweede keer waren de omstandigheden beter. Samen met zes anderen -de jongste twaalf, de oudste vijfenzestig – besloten we de klim te wagen.

Voor mij was de start loodzwaar, terwijl ik op het gevreesde smalle stuk met de  kettingen juist helemaal in mijn element was.
Een voetballer in de groep voelde na een enthousiaste start een scherpe pijn in de voeten.
Een volwassen man kreeg halverwege tranen in de ogen van de schoonheid die zich om hem heen ontvouwde.
De oudste kerel die graag het voortouw nam moest even slikken toen hij alfaman werd genoemd door een jonge vrouw.
De jongste onder ons klauterde zwijgend voorop en moest zich meer dan eens  inhouden om bij de groep te blijven, omdat hij dat aan zijn moeder had beloofd.
Een negentienjarige studente wist op de terugweg even niet meer hoe zij voor- of achteruit moest.

Hoe dan ook, binnen het uur waren we boven. We hadden elkaar geholpen en het toch helemaal zelf volbracht, met onze hoogst eigen motoriek, energiebalans, angst, twijfel, overmoed of wilskracht. Zelden heb ik zoveel intens gelukkige mensen bij elkaar gezien als op de top van de Kistenstöckli.

Negen muzen

“The Muse takes note of our dedication. She approves. (…)
When we sit down and work, we become like a magnetized rod that attracts iron filings. Ideas come. Insights accrete.”​
(Steven Pressfield)

Mythen zijn levende verhalen. Vroeger op school drong dat nog niet tot mij door. Ik leerde de mythen gewoon uit mijn hoofd zoals ze in mijn boek stonden. Zo wist ik te vertellen dat de negen muzen dochters zijn van Zeus en Mnemosyne, kon ik hun moeilijke namen een tijdje uit mijn hoofd opzeggen en wist ik ook voor welke kunst of wetenschap zij inspiratie boden.

(Calliope, Clio, Euterpe, Erato, Melpomene, Polyhymnia, Terpsichore, Thalia en Urania)

Ik besefte toen niet dat er nog vele andere versies van dit verhaal bestaan. Daarin zijn er bijvoorbeeld maar drie muzen of heet hun vader Apollo of Uranos. En al naar gelang een dichter een bepaalde kunstvorm belangrijk vond, schreef hij deze gewoon extra toe aan een van de muzen.

Aangemoedigd door het aanstekelijke enthousiasme voor de levendigheid van mythologie van Stephen Fry in Mythos, besloot ik om de muzen voor mijzelf leven in te blazen.

Waar put ik inspiratie uit?

Hoe zien de bijbehorende muzen er anno 2018 voor mij uit?

Hoe heten ze en kan ik woorden vinden bij elk van hen?

Dat ik meer dan veertig jaar geleden de negen Griekse muzen uit mijn hoofd had geleerd werkte nog door: het moesten negen zussen zijn, vond ik. Ik heb ze ook nog elk een drieregelig gedicht meegegeven.

Nieuwsgierig? klik hier  

Ik ben benieuwd welke zus je het meeste aanspreekt (of zoals aan de keukentafel werd gesuggereerd: welke je een beetje eng vindt).
En wie jouw muzen zijn als je ze zelf mag bedenken!

Beweegredenen

Danser Tarek Rammo vertelde me onlangs over zijn bijzondere samenwerking met een choreograaf die niet begon met vertellen wat hij moest doen, maar wachtte tot hij begon te bewegen, en daarop verder bouwde. ‘Als jij niet beweegt, kan ik niks’ zei ze. ’Ik wil eerst begrijpen wat je beweeg-redenen zijn’. Onder haar begeleiding had hij een innerlijke kracht gevonden waardoor hij nog beter was gaan dansen.

Het woord ‘beweegreden’ heeft door dit verhaal voor mij een hernieuwde inhoud gekregen. Ik koppel het ook aan het thema ‘pas op de plaats’, een belangrijk motief in mijn werk, omdat er in deze tijd zo’n schreeuwende behoefte en dringende noodzaak is aan het nemen van afstand en rust.

De clou van een pas op de plaats is misschien wel het ontdekken van je beweeg-redenen. Anders gezegd: een pas op de plaats zet je niet om er te blijven, maar om innerlijke kracht te vinden voor je bewegingen.

#beweegreden pasopdeplaats vitaliteit

Foto: In beweging tijdens Mountains & Movies België januari 2018

Business as non usual

Werkend aan een nieuw, groot project met een team dat elkaar nog niet zo goed kent, leken we het snel eens te zijn toen iemand opperde dat we een business case nodig hadden. Iedereen knikte en we gingen aan het werk.

De volgende vergadering kwam de business case weer terug. Hij was er nog niet, maar zou nu snel worden gemaakt. Weer algemene instemming.

Totdat iemand zei: maar in dit project is er helemaal geen sprake van business, dus laten we het niet zo noemen. We schrijven gewoon bondig op wat het plan is en waarom we dat willen doen, en zorgen voor een dekkende begroting.

Dat is een business case, zullen we dan misschien te horen krijgen. 

Toch luchtte het enorm op om de term weg te bonjouren. Niet alleen het woord werd weggedaan, maar vooral een manier van denken die niet bij het project paste. (Het is nu trouwens al een geweldig project – maar ik mag er verder nog niets over vertellen).

Een bevriende theatergroep deed dat wegbonjouren met het woord première. Dat woord riep bij hen van alles op waar ze last van hadden. De gereserveerde rijen voor bobo’s en pers, de champagne achteraf – het gaf allemaal een opgelaten gevoel waar ze niet op zaten te wachten. Het klopte niet met wat ze aan het doen waren. Ze gaan nu gewoon spelen als de voorstelling klaar is, en wie wil komen is van harte welkom.

Prikkelen

‘Prikkelt de verbeelding’ staat al jaren onderaan al mijn mails, omdat ik ervan houd mensen nieuwe dingen te laten zien en voelen. Ik moest deze zomer even goed nadenken of ik dat prikkelen nog steeds in mijn one liner wilde hebben, omdat ik het de laatste tijd nogal eens meemaak dat mensen de botste dingen zeggen onder het mom van ‘lekker direct zijn’, ‘de dingen benoemen’ en ja, daar is-ie: te prikkelen.

Maar je kunt de dingen ook benoemen zonder bot of negatief te zijn, zonder mensen (jezelf incluis) af te keuren, aan te vallen of buiten te sluiten. Collega Merle van der Voorde leende me een boekje daarover, gebaseerd op het werk van wijlen Marshall Rosenberg. Daarin wordt de giraf gebruikt als metafoor voor milde zachte kracht, terwijl de negatieve, afkeurende prikkelaar wordt gesymboliseerd door de jakhals.

De jakhals zegt bijvoorbeeld: Heb je de boodschappen nou weer niet gedaan?
In giraffentaal zou dat zo klinken: Er is nog geen eten in huis, hoe zullen we het doen?

Jakhals: Een straat vol Turkse bakkers, daar wil je niet wonen.
Giraf: Ik vind het fijn het gezellig te maken in mijn straat.

Jakhals: Amsterdam, daar maken ze er een rotzooi van.
Giraf: Ik voel me in Amsterdam niet op mijn gemak.

Iedereen heeft een jakhals in zich en we kunnen hem niet wegdoen. Want achter zijn scherpte en heftige emotie zitten behoeften verscholen. De jakhals heeft dus een belangrijke functie en het beste wat we hem kunnen bieden is naar hem luisteren en hem zo mogelijk geruststellen.

Giraf en jakhals, het zijn mooie dieren, die elkaar nodig hebben en scherp houden. Met zulke krachtige metaforen blijf ik graag de verbeelding prikkelen. Via film, muziek, poëzie, in dialoog, door te kijken, te luisteren, of door samen nieuwe dingen uit te proberen. Dat probeer ik te doen met een open blik naar de werkelijkheid zoals die zich aandient, en met beelden en verhalen die vertellen wat er in positieve zin allemaal mogelijk is. ‘Prikkelt de verbeelding’ – ik laat het lekker staan onder mijn mails. 

Marshall Rosenberg met zijn jakhals en giraf

Wellbeing of an individual

Ik was op reis in Lviv, Oekraïne. Niet echt, maar lezend in East West Street van Philippe Sands. Het vertelt de verhalen van drie Joodse mannen uit Lviv (Lwów, Lvov, Lemberg) en hun families. Het gaat ook over de ontwikkeling van het internationaal recht, over genocide, misdaden tegen de mensheid, de Neurenberg processen. Schrijver Sands is internationaal jurist en kleinzoon van een van de drie. Hij vertelt de persoonlijke verhalen ‘with love, anger and precision’ zoals John le Carré het zegt.  Daardoor krijg ik meer inzicht in het volkenrecht dan tal van colleges me in het verleden hebben kunnen bijbrengen.  Om nooit te vergeten: ‘The wellbeing of an individual is the ultimate object of all law’.
(Aldus Lauterpacht, internationaal jurist en een van de drie hoofdfiguren in East West Street).

Onderhoud

Omdat ik op één dag naar mijn knie moest laten kijken, een coachingsgesprek had, het huis vol stof vond omdat de trap werd geschuurd en ik ook nog op tijd thuis moest zijn voor de HR-ketelmonteur, kwam ik nauwelijks aan werken toe.  Irritatie c.q. lichte stress daarover dook de kop op. Gelukkig kon ik mezelf tot de orde roepen. Het onderhoud van mijn huis, de HR-ketel maar ook van mijzelf heeft tijd en aandacht nodig. Je team, je zelf, je dagelijks werk, je relatie: alles is voortdurend in beweging en blijft niet zomaar vanzelf functioneren.  Wanneer alles piepend en knarsend vastloopt ontkom je op een gegeven ogenblik niet meer aan onderhoud, maar heel fijn is het ook om daar tijd voor te nemen voordat er problemen ontstaan.