Das Leben der Angela

‘Privacy is een gepasseerd station.’ Dat is het korte antwoord van toekomstverkenner Martijn Aslander op de bezorgde vraag of onze persoonlijke gegevens niet te veel op straat liggen. Daarmee zet hij het spanningsveld tussen privacy en transparantie op scherp. Zijn uitdagende stelling roept een hele rits vragen op. Zouden gegevens- en patentbescherming ook passé zijn? Is kennis niet meer gelijk aan macht? Zullen gordijnen van staatwege verboden worden en is dat dan niet erg? En op persoonlijk vlak, maken intieme vriendschappen plaats voor een oppervlakkige verbondenheid met iedereen op de wereld?

Geheimhouding en openheid, vrijheid en controle, patentbescherming en open innovatie: teveel van het ene is niet goed, maar het andere uiterste willen we ook niet. Het zijn tegenstellingen, maar ook creatieve spanningsvelden. In elke situatie kunnen we steeds weer genuanceerd en bewust bepalen wat het beste is.Zoveel nuance is voor de Chinese machthebbers helaas een stap te ver. Zij legden kunstenaar en activist Ai Wei Wei een spreekverbod en huisarrest op, om te voorkomen dat hij nog meer pijnlijke informatie blootlegt. Om zichzelf te beschermen tegen de staatsterreur, stelde Ai vervolgens in elke hoek van zijn woning een webcam op, zodat de wereld, inclusief de Chinese overheid, elke handeling kan volgen. Zo schuilt de slimme Ai niet in de anonimiteit, maar in het licht.
Aan de andere kant van de wereld lukt het de kunstenaar Banksy al jaren om zijn werk in het geheim te maken. Recentelijk zette hij New York op zijn kop door elke dag een nieuw graffitikunstwerk te produceren zonder betrapt te worden. Zo bewijst de slimme Banksy dat anonimiteit en succes elkaar niet uitsluiten.
En dan komen we bij het beeld dat deze blog siert. Het is een verwijzing naar Das Leben der Anderen, een film die in 2006 een Oscar won. De film volgt een agent van de Oost-Duitse geheime dienst, die heimelijk steeds meer gaat verlangen naar het leven van de man die hij bespioneert.
Waarom zou Obama, de hoofdman van het vrije Westen, de telefoon van zijn bondgenote Angela Merkel eigenlijk laten afluisteren? Verlangt hij naar haar? Is hij benieuwd hoe zij de officiële werkloosheidscijfers omlaag krijgt? Wil hij weten hoe zij Duitsland weet vol te zetten met zonnepanelen en windmolens? Of wil hij leren hoe je een strengere wetgeving tegen CO2-uitstoot kan tegenhouden ten gunste van de eigen auto-industrie? Merkel is daarvoor ver gegaan: in ruil helpt ze de Britse regering in hun strijd tegen een strengere regulering van de banken.
Er is nog een mogelijkheid. Misschien zint de superslimme Obama op een plannetje om in een klap de missers van de oppervrouw van het duurzame Duitsland ongedaan te maken, omdat hij weet dat verandering onvermijdelijk is.
(I.s.m. Manfred van Doorn, Double Healix)

Een goede gids

Een slechte gids op een buitenlandse reis heeft altijd een antwoord. Vraag hem hoeveel de dorpelingen in zijn land verdienen, wat ze ’s avonds eten en of hun kinderen voorlezen voor het slapen gaan, en hij kan het haarfijn vertellen.

Zelf weet ik dat niet van de inwonders van Best, Rolde of Poeldijk. Daarom vermoed ik dat de gids soms maar wat zegt omdat hij denkt  het antwoord te moeten weten. Want de gids is een expert en experts weten hoe het zit, anders waren ze geen expert.

Volgens de Britse econome Noreena Hertz moeten we ophouden blind op experts te vertrouwen. In een TED-lezing geeft ze mooie voorbeelden van ons collectieve geloof in de alwetendheid van dokters, chirurgen, belastingadviseurs en economen. We zijn verslaafd aan hun zekerheid en als de belangen groot zijn hangen we aan hun lippen. Hertz kan het weten want ze is, zoals ze  met een vriendelijk provocerend lachje zegt, zelf een expert die vertrouwen bestudeert.

Hertz biedt de mensheid ook een alternatief. In haar lezing roept ze ons op om een rebel te wezen, al was het maar door van experts te eisen dat ze zich in gewone mensentaal uitdrukken. Dan kun je tenminste doorvragen over hun veronderstellingen en bewijzen. En ingrijpen voor het te laat is, want experts hebben het verrassend vaak fout.

Noreena is zo’n goedes spreekster dat je haar bijna op haar woord zou geloven. Maar dat kan niet de bedoeling zijn.

 

De volledige lezing is te zien op: 

http://www.ted.com/talks/noreena_hertz_how_to_use_experts_and_when_not_to.html

Vraag het de mannen (ook)

“Vraag niet aan vrouwen hoe ze hun werk willen regelen als ze kinderen krijgen.” Dat is het advies van twee topvrouwen die genomineerd zijn voor de verkiezing Topvrouw 2013. Met mannen wordt het nooit besproken, dus aan vrouwen mag je het ook niet vragen, zo is hun redenering. Een slecht advies, als je het mij vraagt. In plaats van het onderwerp te verzwijgen, zou je het beter ook aan mannen kunnen vragen. Die ontdekken gelukkig in steeds groter getale dat kinderen opvoeden belangrijk, intensief én leuk is. De voetbalclub, de familie, de collega’s op het werk en de vrienden in het café gaan dat heus merken. Laten we daar geen taboe van maken.  

Vierkant maar niet hoekig

Is een regering suf en duf
dan is de bevolking vriendelijk en eerlijk.
Maar ziet de regering scherp toe,
dan worden de mensen listig en doortrapt.

Het geluk berust op tegenspoed.
De tegenspoed verschuilt zich in het geluk.
En wie weet wanneer hier ooit een eind aan zal komen?
Er is geen correcte maatstaf.

Wat recht is wordt weer krom,
wat goed is wordt opnieuw verdorven.
De verwarring die heerst onder de mensen bestaat zeker al sinds heel lang geleden!

Wees daarom vierkant maar niet hoekig,
scherp maar niet snijdend,
recht maar niet stram,
lichtend maar niet blinkend.

Een tekst uit het boek van de Tao (ca. 400 v.Chr., vertaling Kristofer Schipper).

De man achter King

“Het is een eerbetoon aan Martin Luther King”, dat antwoord ik altijd als iemand mij vraagt waarom ik zijn beroemdste speech I have a dream uit het hoofd heb geleerd. En zo is het maar net. Elk autoritje van meer dan twintig minuten is een mooie gelegenheid om King te eren, het geheugen op te frissen en ondertussen ongemerkt de kneepjes van het speechen onder de knie te krijgen. Want in het gebruik van beeldspraak, dynamiek en ritme was ‘Dr King’ meester onder de meesters.
In de bijgaande speech uit 1965 is het element ritme nog mooier uitgewerkt dan in I have a dream. Dr King (gespeeld door Paul Winfield) spreekt de mensenmassa toen aan het einde van een zware protestmars. De man achter zijn linkerschouder is zijn steun en toeverlaat – de speech wordt bijna een duet. Een paar maanden later zou President Johnson het stemrecht verlenen aan de zwarte bevolking. Yes Sir!

Een goede keuze

Stel dat je wilt weten of je het goede beroep hebt gekozen. Niet ongeveer, maar precies. Je kunt dan bijvoorbeeld turven hoe vaak je ’s morgens fluitend aan de slag gaat. Je kunt ook bijhouden hoeveel dagen per jaar je ziek bent en met hoeveel collega’s je graag omgaat. De preciezen zullen nog verder gaan. Die maken een staatje van hun bloeddruk op werkdagen en in het weekend. Ondertussen houden hun optimistische vrienden diagrammen bij van hun grote en kleine bijdragen aan de wereld. Maar een absoluut bewijs dat de keuze goed is zal niemand krijgen. Daarvoor zou je eerst onder dezelfde omstandigheden een ander beroep moeten kunnen uitoefenen. Dat is onmogelijk, want ondertussen ben je al weer ouder en wijzer geworden.

Zo is het ook met grote en kleine klassen. De onderwijsinspectie kon tien jaar geleden al niet bewijzen of kleine klassen beter waren voor kinderen dan grote klassen. Wie de waarheid zoekt in cijfers en procenten, kan zijn hele leven vergeefs blijven tellen en meten. En dan nog staat er ongetwijfeld een onderzoeker op uit Sao Paolo of Beijing, die het tegendeel beweert. Goed onderwijs is een te complex onderwerp voor harde bewijzen, net als geluk in het werk.

De bottom line is dat je op andere gronden een keuze zult moeten maken. Zeg het maar, wat vind je beter voor je kind: een grote klas of een kleine klas? En denk je dat de ideale klas voor ieder kind even groot is? En doe je het goede werk?

Op de foto: Anne van Laar, Van Laar Celloschool, met leerling

Midden op de weg

Midden op de weg lag een steen
lag een steen midden op de weg
lag een steen
midden op de weg lag een steen.

Nooit zal ik die gebeurtenis vergeten
in het leven van mijn zo vermoeide netvliezen.
Nooit zal ik vergeten dat midden op de weg
lag een steen
lag een steen midden op de weg
midden op de weg lag een steen.

Carlos Drummond de Andrade (No meio do caminho)
Vert. August Willemsen

Eén, de nieuwe trend

Waarom maakt iedereen opeens reclame met Eén?’

De pubers in huis waren meedogenloos over het telecombedrijf. Volgens hen waren de XBox One en HTC One er het eerst, en sukkelde KPN Eén er als een loser achteraan.

Wij kwamen in ieder geval op het spoor van een trend. De mens is op zoek naar eenvoud in de chaotische en complexe wereld. We verlangen naar overzicht, omdat we anders niet meer weten waar, met wie en waarover we moeten vergaderen.

Maar er is een eenvoudiger methode hiervoor dan het afsluiten van een telecommunicatiecontract met een nieuwe helpdesk.

Tip van de dag: begint en eindigt de dag met twaalf minuten niets. Onze Chinese masseuse wil graag dat we daarna 36 keer met de klok mee, en ook nog eens 36 keer tegen de klok in over onze buik wrijven, maar dat hoeft u er van ons niet eens bij te doen. Houd het eenvoudig, en wacht. Het inzicht in wat belangrijk is zal vanzelf verschijnen.

Grenzeloos

Deze zomer gaat weer een nieuwe lichting  jongeren serieus aan het werk. Voor hen een hele stap, maar minstens zo spannend voor werkgevers, want de jongste generatie (Grenzeloze generatie, Generatie Y of Generatie alles) heeft net als al haar voorgangers een reputatie hoog te houden. In de Groene Amsterdammer van vorige week staat hoe ze zijn: ‘escapistisch, consumentistisch en vol van zichzelf’. De Groene haalt deze kennis het uit het boek ‘De grenzeloze generatie’ van Motivaction, maar zegt er niet bij dat we in dat boek ook de andere kant  van de jonge grenzelozen kunnen leren kennen: ze hebben behoefte aan verdieping, staan open voor begeleiding en zijn flexibel en oplossingsgericht.
De Engelse professor Lynda Gratton, die graag en goed schrijft over de toekomst van werk, geeft in haar jongste blog mooi de drie spanningsvelden van de nieuwe generatie weer. Tegenover hun kortetermijnfocus staat hun grote toewijding aan het project waaraan ze werken. Hun obsessie met technische gadgets wordt aangevuld met een grote behoefte aan persoonlijk contact. En hun wens om erkend en beloond te worden gaat samen met openheid voor feedback.
Ik zou er blij mee zijn als werkgever.

http://lyndagrattonfutureofwork.typepad.com/

Speelse topprestatie

Toen ik net begon als leidinggevende is mij wel eens van hogerhand geadviseerd om minder te lachen. ‘Dan nemen de mensen je niet serieus als leider’ werd erbij gezegd. Vermoedelijk heeft Mark Rutte hetzelfde advies gekregen, want we zien hem steeds minder spontaan lachen. Zelf merkte ik dat humor en lichtheid nu eenmaal bij mijn stijl hoorde. Hoe meer ik zong en lachte tijdens het werken, hoe meer werkplezier ik ook bij anderen ervoer en hoe geconcentreerder ik het serieuze werk kon doen.
Maar in sommige situaties blijft lachen not done. We hebben geleerd om tijdens de preek, in vergaderingen, en bij klassieke muziek een ernstig gezicht te trekken. Tijdens zijn concert met het Residentie Orkest ontregelde singer songwriter Rufus Wainwright deze klassieke mores. Hij legde het orkest stil als hij even de draad kwijt was en maakte een dansje bij een vrolijk stukje muziek. Hij schakelde voortdurend tussen een aanstekelijke speelsheid en een geconcentreerde performance als topartiest. Ook zijn klassieke collega, de sopraan Sarah Fox, stikte tijdens het concert een paar keer van het lachen, terwijl ze daarna weer de sterren van de hemel zong. Het poppubliek was zoveel  meligheid wel gewend, maar wat zou het traditionele orkestpubliek en de orkestmusici ervan hebben gevonden? Deze klassieke-muziekliefhebber vond het heerlijk. Leve de speelsheid, leve de ernst.